De eerste indruk is enorm belangrijk. Goed begonnen is half gewonnen: zorg dat de leerling zich thuis voelt door een enthousiast en warm onthaal.

Ken elkaars verwachtingen. Spreek eerst zelf je verwachtingen uit tegenover de leerling. Bijvoorbeeld dat je verwacht dat hij:

  • ordelijk en net zal werken.

  • na elke opdracht aan jou zal rapporteren. Leg de leerling ook zeker het belang hiervan uit.

  • jou om hulp zal vragen als er iets niet duidelijk is of er problemen zijn.

  • beseft dat je hem eerst zal ‘leren stappen om daarna te kunnen lopen’. Je zal hem met andere woorden eerst de basis aanleren en pas daarna zullen de moeilijkere en meer uitdagende opdrachten volgen.

  • van jou kansen zal krijgen en dat je wil dat hij die actief zal grijpen.

 

Vervolgens vraag je de leerling ook naar zijn verwachtingen over de begeleiding, soort taken, opleiding en bijleren, omgang met collega’s… Stel onrealistische verwachtingen bij waar nodig.

 

Leg ook uit het verschil uit tussen een bedrijf en een school. Een bedrijf opereert namelijk in een profit omgeving:

  • de klant is koning,

  • een bedrijf moet winst maken en verwacht gemotiveerde medewerkers.

 

Maak praktische afspraken over:

  • pauzes,

  • veiligheidsregels,

  • werkkledij en -materiaal,

  • overuren (hoe verrekenen en bijhouden),

  • wat de leerling moet doen bij vragen en problemen,

  • bepaalde gewoontes en bedrijfscultuur,

  • roken,

  • ziekte,

  • te laat komen,

  • gsm-gebruik

 

Stel het bedrijf voor: wie, wat en waar?

  • Wie?

    • Wie zijn de medewerkers?

    • Wie leidt het bedrijf?

    • Wie zal de leerling begeleiden?

    • Bij wie kan de leerling terecht met vragen?

    • Wie zijn de klanten?

  • Wat zijn de activiteiten?

  • Waar is alles gelegen? Geef de leerling eventueel een rondleiding in het bedrijf.

Een warm onthaal 

Naar: de werkplek is een leerplek